Agromyza nigrociliata

Arrhenathereum elatius, Nieuwendam

Agromyza nigrocilata larva

Arrhenathereum elatius, Nieuwendam

kop

Agromyza nigrociliata larva

head

voor- en achterspiraculum, lateraal

front and rear spiraculum, lateral

voor- en achterspiraculum, dorsaal

front and rear spiraculum, dorsal

mandidibel (met stekeltjesveld; bestekeling

mandible (with field of spines); spinulation

bestekeling dorsaal

dorsal spinulation

mondveld, met stekeltjesveld achter de mandibels

mouth field, with spine field behind the mandibles

ook de frontale kiel is fijn bestekeld

also the frontal keel of the larva is finely spinulose

De larve wordt beschreven door de Meijere (1925a:240, als Domomyza sp.), Hering (1953a, 1957a), Darvas & Papp (1985a) en Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a). De banden met stekeltjes op voor- en achterzijde van de segmenten zijn ongewoon breed; de bovenzijde van het achtste abdominale segment is zelfs over de hele breedte van het segment bestekeld. De mandibel heeft, onder de twee gewone tanden, nog een derde, kleiner, tandje; voorspiraculum met 7, achterspiraculum met 3 papillen.

Volgens Darvas & Papp (1985a) is de larve solitair en heeft de mandibel nog een vierde, basale, tandje.

De larve heeft onder de mandibels een vlek met fijne stekeltjes, wat hem plaatst in de Agromyza ambigua-groep, waar onder meer A. ambigua, mobilis en nigrociliata toe behoren, en die door Griffiths (1963a) gesteld wordt tegenover de nigripes-groep met o.m. A. albipennis, hendeli, nigripes en phragmitidis.

The larva is described by de Meijere (1925a:240, as Domomyza sp.), Hering (1953a, 1957a), Darvas & Papp (1985a) and Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a). The bands of spines on the anterior and posterior margins of the segments are unusually wide; on the 8th abdominal segment even the entire width of the dorsal surface is spinulose. The mandible has, next to the 2 normal teeth a third, more basal tooth. Front spiraculum with 7, rear spiraculum with 3 papillae.

Darvas & Papp (1985a) state that the larva is solitary and that the mandible has a fourth, basal, tooth.

Behind the mandibles the larva has a field with fine spines. This positions the species in the Agromyza ambigua group, which included A. ambigua, mobilis and nigrociliata, and which is placed by Griffiths (1963a) contrasting the nigripes group with a.o. A. albipennis, hendeli, nigripes en phragmitidis.

modif. 7.vi.2009